Op naar Ed in zes hoofdstukken

 

Ed? Ed van der Elsken, de beroemde Amsterdamse fotograaf die bekend geworden is om zijn  realistische zwart-wit foto’s, die veel te vroeg in 1990 overleed en van wie we in het fotomuseum in Rotterdam de fototentoonstelling ‘Lust for life’, willen zien.

Asser Bahnhof

Ik dacht dat ik de eerste was om tien over half negen op het station in Assen, maar niks hoor. Ineke zit op haar rollator en Freddy staat voor haar. Meer dan vroeg voor de trein van vijf over negen.  Ineke bleek er al om 8.00 uur te staan: het kwam de Wmo taxichauffeur beter uit.  Als Jan en Johan er ook zijn, geef ik een ieder een blauwe businesscard NS pas. Het is toch niet te geloven, we kunnen met die tienertoerkaart op kosten van de gemeente nu heen en weer naar Sittard, Vlissingen of Den Helder. Het maakt niet uit. Toegerust met koffie wordt ’t Rotterdam. We hadden net zo goed de trein van half tien kunnen nemen. Jan heeft een NS app. Freddy heeft het opgezocht. Hoeven we in Zwolle niet over te stappen en zijn we maar 10 minuten later.

‘En waar moeten we heen als we in Zwolle aankomen’, vraagt Ineke.

‘Weet ik veel. Ik heb dat de NS laten organiseren.’

Het is maar goed dat dat meisje van de huiskamer mij een  bon gaf, denk ik, want ik declareer dit. In de trein die uit Zwolle vertrekt, worden we vriendelijk maar dringend door een lezende mevrouw verzocht, de stilte coupé te verlaten. We kunnen inderdaad toch niet onze mond houden.

De Akkers

In het station in Rotterdam nemen we de lift naar beneden naar de metro. Dat is makkelijker voor Ineke die met haar rollator loopt. Maar ondanks die 18 perrons, 9 liften, trams,  metro en het gigantische stationsdak, noemen ze een metro eindstation gewoon ‘De Akkers.’ Grappig vind ik dat wel. Johan woont aan de Ruiterakker, vertelde hij me. Dus de bedenkers van ‘De Akkers’ vonden het zo slecht nog niet in Peelo, óf bij dat metrostation is ‘t één grote omgeploegde vlakte óf zo stads zijn ze toch niet in Rotterdam. Hoe dan ook. De metro heeft een mooie lage instap, we schieten onder de Maas door. Werd het daarnet nou echt donkerder om ons heen omdat we dieper de grond in gingen? Volgens mij wel, hoor. Bij ‘Wilhelminaplein’ liften we weer naar boven.

Lunch of breakfast?

Daar staan we dan. Eindelijk zien we Rotterdam. De prachtig vormgegeven Erasmusbrug, de golfjes met soms kopjes schuim op de Maas, hoge flat- en kantoorgebouwen, het is het begin van Kop van Zuid. En kou en wind. Jeetje. Met die laatste in de rug lopen we naar het fotomuseum. Rechts van ons torent een gigantisch cruiseschip boven enkele gebouwen uit. Freddy heeft opgezocht dat deze Aida van een Duitse rederij zo’n 4900 passagiers kan bergen en 900 man aan personeel heeft. 900! ‘Terwijl mijn vorige werkgever Het hof van Saksen, 3600 mensen kan bergen.’ Jan vertelt me dat cruiseschepen op stookolie varen. Dat is waarschijnlijk goedkoop maar ook nog veel vervuilender dan diesel. Een witte pluim komt continue uit de schoorsteenpijp terwijl het schip gewoon aan wal ligt. Ik meen de stookolie te kunnen ruiken.  In het fotomuseum snuffelen we bij de ingang wat rond om daarna, handige Harry, terug te lopen om te gaan lunchen. Tot mijn verbazing zie ik nu pas dat Jan en Freddy hun fotoapparatuur hebben meegenomen. Ik dacht dat het te veel gedoe was om dat mee te nemen.

De ‘lunchkaart’ van Rolph’s is best bijzonder. Er staat ‘Breakfast, Salades, Bowl’.  Je kan het ontbijt als lunch nog ’s in een kleine  versie overdoen of delen breakfast nemen. ‘Is die salade met brood?’, vraag ik. Brood kennen ze niet. Dat is toast. We zitten op barkrukjes naast elkaar want het is best druk. Het moet van de andere kant van het raam een mooie foto zijn geweest. Afijn, lekker is ’t ontbijt, al zal ik de volgende keer die havermout met kokos yoghurt nemen. Dat klinkt ook al niet als lunch. Hoe laat denken die lui van deze toko eigenlijk dat ik m’n bed vanochtend verlaten heb?  Als ik op m’n horloge kijk voor het antwoord, is ‘t de hoogste tijd voor Ed!

Ed van der Elsken

Daar zijn we dan. Mijn rugzak en die van Jan moeten onverbiddelijk in een kluisje. Taxerend kijkt de mevrouw van de kassa naar Inekes tas die aan haar rollator hangt. Goed gekeurd! Mag blijven hangen. Ze brengt het alsof het een grote gunst is. Maar nu geen Drents gemopper meer! We beginnen met een film, koptelefoon op. Draai je daar en daar aan, dan kun je het geluid regelen, zegt iemand die het uitlegt. Meerdere  bezoekers zitten al klaar in een filmruimte als wij komen.

‘Hoor jij al wat?’, fluister ik Jan als ik zit.

‘Nee nog niet’.

Dan knalhard begint het stuwende ‘Lust for Life’ van Iggy Pop. En starten filmbeelden van de foto’s van Ed van der Elsken. In kleur. In bonte kleuren. Allerlei personages. Uit  allerlei culturen. Uit Afrika, in New York, Amsterdam, op straat, waar niet? Uit verschillende tijden. Het meest uit de jaren 70. Zit ik te prutsen aan de geluidsregelaar van mijn rechter koptelefoon, kan ik het natuurlijk niet vinden en besluit dat de harde muziek ook wel meevalt. Ik weet helemaal niks van Iggy Pop. Denk aan Dylan, Rolling Stones. Ed van der Elsken geeft, in schrift natuurlijk want hij is dood, ook commentaar. In straattaal. Ik had het op moeten schrijven om het terug te halen. De snel voorbij schietende beelden, de muziek, het is mooi. Het is prachtig. Het neemt me in dat kwartier helemaal mee. Als we daarna door de tentoonstellingsruimte lopen, kunnen we de foto’s een voor een nog eens bekijken. Eén foto is uit 1975 van een jongen die achter op de fiets van iemand zit met een witte zwaan (?) onder zijn arm. Bizar. We praten erover. Hoe lang heeft Ed wel niet moeten wachten, eer die langs kwamen? Wat Ed van der Elsken goed kan is, naast foto’s maken, iemand makkelijk aanspreken, contact krijgen en dan een foto maken. Zou hij nou ook vragen of hij een foto màg maken? Ik geloof het niet en die jongens op de fiets met die gestolen zwaan, reden natuurlijk veel te snel.  Ed van der Elsken drukte  gewoon af, denk ik.  Zo groot is het fotomuseum nou ook weer niet. Het is anderhalf uur later. We besluiten, nu bovengronds, -dan zien we nog wat van Rotterdam- , nog naar de Markthallen te gaan.

Markthallen

Op het Wilhelminaplein staan ook trams. Als we daarmee de brug over rijden en bij de beurs uitstappen, zijn we een goed eind in de richting. Het regent. Het waait. We schuilen bij de tramhalte en dan komt ie dan toch aardig snel, de tram. Ja, lage opstap, dat is handig, ook die blauwe passen van de gemeente doen het weer bij het inchecken. Maar dan heb je toch een kwetsbaar moment. Als Ineke in de tram haar rollator loslaat, vlak voordat ze wil gaan zitten (anders kan ze niet gaan zitten), moet de tram niét optrekken. Doet ie wel. Ze dreigt te gaan vallen, iemand is sneller dan mij en pakt haar net op tijd bij haar arm. Bij de markthallen zal ze me zeggen dat ze die greep nog in haar arm voelt. Gelukkig maar. De tram komt tot stilstand. Een vrouw van het trampersoneel komt op Ineke af en vraagt hoe het gaat. Ja, aardig zijn we wel daar in Rotterdam.

Zwolle/Groningen 17.05 uur, cancelled

Zouden we, aangekomen op het centraal station, door een lift die het niet deed, al een half uurtje later de trein terug nemen, zitten we bij een tentje doodgemoedereerd onze koffie op te slurpen,  bananenbrood erbij, nemen we daarna de lift naar perron 16: ‘Cancelled’, lezen we op het bord. Huh?

‘Gaat de trein naar Groningen niet?’, vraag ik een NS medewerker.

‘Die is defect’, zegt de man alsof het de gewoonste zaak van zijn wereld is. ‘Om 35 gaat er een’.

‘Kun je niet ff een ander treinstel klaarzetten, wij zaten doodgemoedereerd onze koffie op te slurpen in een tentje die wij al als wachtkamer bezet hielden en nou kunnen we nóg langer wachten. Zijn we mooi klaar mee.’ Nee, hoor, dat zei ik niet.

Maar verdorie. Al die andere treinen, naar Gouda, Utrecht, Den Haag, Amsterdam en weet ik veel waar, kachelen doodgemoedereerd het station in en uit. En uitgerekend die naar het noorden: finito.  En hoezo vertrekken ‘onze’ treinen naar Zwolle/Groningen zo’n beetje van het allerlaatste perron, hiero in Rotterdam? Zijn wij in het noorden minder belangr  . . , nee, nee dat is onmogelijk. We zijn in Nederland. Een trein die uitvalt, dat gebeurt gewoon. Maar we stonden wel even te kijken.

 

‘Die trein begint niet in Rotterdam, maar komt uit Groningen’, zegt de NS man mij.

Grote kans dus dat als die trein uit Groningen moet komen, en dus de hele dag kennelijk heen en weer rijdt tussen Rotterdam en Groningen, de machinist alle belang heeft weer terug te treinen omdat hijzelf  ergens rond Zwolle, in Overijssel, Drenthe of Friesland woont.

‘Toen wij uit Rotterdam vertrokken, vertrokken wij uit Rotterdam’, zing ik zacht als we in de trein zitten. Niemand die weet van wie het liedje is en wat het vervolg is.

Maar  ‘Toen wij het uit Rotterdam vertrokken, vertrokken wij het Rotterdam;

            ‘Mijn Buurt Assen kan gaan dokken, broodje kaas en broodje ham’ , lijkt me een goede 2e regel.

Om 20.00 uur zijn we weer op het station in Assen.

Het was me een waar genoegen om donderdag 5 september 2019 met jullie in Rotterdam te zijn. Ik vond het bijzonder. Ook om dit verslag te maken en zo na te genieten. Bedankt. Het goede van zo’n dag is ook dat je elkaar op een andere manier leert kennen en naar elkaar toegroeit.  Wie weet, kom ik ooit nog terug als een soort journalist. Daar zijn ze niet zo sterk in bij Mijn Buurt Assen.  De acht uur die ik volmaakte voor hen, krijgt nu een andere bestemming.

Luister nog ’s naar ‘Lust for life’ van Iggy Pop. Ik heb het intussen al vier keer gedaan. Best een goede titel.

Het gaat jullie goed.

 

7 september 2019,

Frank van den Sigtenhorst