Mick Jansen door Maurice Vos

Door Maurice Vos

Het regent maar even verderop is de zon alweer doorgebroken. Als ik uit het raam van mijn auto kijk zie ik de regenboog. Ik ben onderweg naar Hooghalen voor een interview met Mick Jansen. Ik ben benieuwd hoe ik hem aantref. Vorig jaar, tijdens de Pinksterraces in Oss, is Mick onderuit gegaan. Hij brak zijn been en tijdens de operatie zorgde een vetembolie ervoor dat Mick niet bijkwam uit de narcose. Mick heeft vervolgens wekenlang in coma gelegen.

Als ik aankom bij de woonboerderij in Hooghalen tref ik een goedlachse jongeman. Hij loopt wat moeilijk en het praten gaat ook nog niet helemaal naar wens maar ik kan hem prima verstaan. “Hardlopen gaat nog niet”, grapt hij. “Maar dit scheelt al wel een heleboel.” De eerste maanden was Mick afhankelijk van een rolstoel. “Toen keek ik iedereen van beneden aan. Nu weer van boven. Nu ben ik weer een normaal mens”.

Als we terugblikken op de race in Oss blijkt dat Mick alles nog weet. “De rem deed het niet meer. Ik raakt degene voor mij en dacht ‘kut’. Ik wilde van de motor springen maar dat lukte niet want mijn been zat vast. Vervolgens gleed ik door een baanpost en raakte daarbij ook nog drie man. Een strike!” grapt hij. “Ik was ook boos op de hulpverleners die mijn pak en mijn laars kapot knipten. Ze snappen niet hoe duur zo’n laars is.” Vader Jan probeert het te relativeren: “Je been is duurder.” Mick wil er niks van weten: “Voor mij is die laars duurder.”

Met een gebroken been en verschillende kneuzingen werd Mick afgevoerd naar het ziekenhuis. Tijdens de operatie kreeg Mick, naar later bleek, een vetembolie. Kleine vetpropjes schieten vanuit het beenmerg de aderen in en in Mick’s geval naar de hersenen. “Het was gewoon pech. De operatie heeft mij genekt. Door het vallen heb ik alleen mijn been gebroken. De kans dat dit gebeurd is kleiner dan dat je de staatsloterij wint.” zegt hij nuchter. “Ik weet nog dat pa zei: ga niet dood, laat me niet in de steek!” Mick zelf is nooit bang geweest dat hij het niet zou redden. Hij is altijd positief gebleven. Moeder Jeanet ook: “Je weigert te geloven dat je jekind kwijt kunt raken.”

“Over een paar week wil ik weer gaan racen”, zegt Mick optimistisch. Vader kijkt er wat bedenkelijk bij. “Hij moet eerst weer 100% zijn. Ik denk dat we eind van het jaar eerst maar weer eens een trainingsdag moeten doen.” Racen zit bij de familie Jansen in het bloed. “Aan Mick z’n karakter kun je zien dat hij echt weer wil gaan racen”, zegt Jeanet, “Hij begint nooit ergens aan als hij niet weet dat hij het kan winnen. Het zal mij niet verbazen als hij weer volledig hersteld en weer gaat racen.”

Voorlopig gaat het herstel voorspoedig. Mick maakt gaat elke week nog vooruit. De vetembolie zorgde voor beschadigingen in de hersens waardoor een heleboel dingen niet meer automatisch gaan. Andere delen van de hersenen zullen functies moeten overnemen en dat kost oefening en tijd. Ook moet Mick nog weer conditie en kracht opbouwen. Twee weken geleden kon hij nog niet traplopen, zelf naar de wc of veterstrikken. “Ik hoef nu geen luier meer om, gewoon weer een boxer.” Mick schaamt zich er niet voor. “Nee hoor, dat boeide me niks. Ik heb gewoon pech gehad en dat hoort er dan ook gewoon bij. Alleen mijn plas lang ophouden lukt nu nog niet zo goed.” Even later moet Mick dan ook alweer even naar de WC.

“Het is een wonder dat Mick alweer zover is”, zegt vader Jan. “De dokteren vertelden dat als Mick in de toekomst weer zou kunnen lopen, dat zeker wel anderhalf tot twee jaar zou duren. We zijn nu een half jaar verder en Mick loopt alweer!” Onder de indruk van de positieve houding van Mick en zijn familie stap ik na het interview weer in de auto. Uit de radio klinkt ‘In de malle molen van het leven draait ieder zijn rondje mee’. Ik bedenk me dat niet iedereen hetzelfde rondje draait, maar vooral dat hoe je je rondje mee draait het verschil maakt. Met zijn doorzettingsvermogen en wilskracht zie ik Mick in de toekomst ook wel weer zijn rondjes op de motor meedraaien.

 Maurice Vos
Foto Maurice Vos