Landgoed Overcingel

ineke heijting-130Landgoed Overcingel te Assen en zijn bewoners
Midden in het centrum van Assen staat aan de Oostersingel het huis Overcingel. Het huis is gebouwd in 1777 – 1778. Het draagt deze naam omdat het aan de overzijde ligt van de singel die vroeger het oude centrum van Assen met het klooster omsloot. Het huis is gebouwd in opdracht van Johannes van Lier.  Van Lier was op 8 december 1726 in Rotterdam geboren en studeerde rechten in Leiden. In Rotterdam maakte hij kennis met de Drentse Roelina Johanna Hofstede en op 24-jarige leeftijd verhuisde Van Lier naar Zuidlaren, waar hij spoedig met Roelina trouwde. Niet alleen de liefde trok Van Lier naar Drenthe, maar ook een baan als particulier secretaris van de drost Alexander Carel van Heiden. Met diens steun maakte Johannes snel carrière. Hij werd lid van Gedeputeerde Staten, van de Etstoel en van 1758 tot 1785 ontvangergeneraal. De ontvangergeneraal was ‘minister van financiën’ van de Landschap Drenthe.
Een nieuw huis

Het gezin Van Lier verhuisde in 1758 naar Assen. Daar kregen ze negen kinderen, waarna de totale kinderschaar maar liefst vijftien telde. Het gezin bewoonde het Ontvangershuis tussen de kleine Brink en de Oostersingel, maar dit werd op den duur veel te klein. Daarom besloot het echtpaar Van lier een nieuw huis te bouwen. In 1776 startte de bouw op enige percelen land genaamd ‘de Koppels’ en ‘het Rolderpad’ aan de overzijde van de singelgracht. Het huis werd ontworpen en gebouwd door Abraham Martinus Sorg, die op dat moment ook bezig was met het Drostenhuis in Assen en die ook de koepelkerk in Smilde had gebouwd. In maart 1778 was het huis klaar en kon het gezin verhuizen.Van Lier kocht er nog een groot stuk land bij dat achter zijn huis lag, dit ‘tot bevordering … van de aldaar aan te leggent hof’.
Een geleerde op de vlucht

Johannes van Lier was naast zijn gewone werk wetenschappelijk geïnteresseerd. Hij hield zich bezig met archeologie, biologie en taalkunde. Hij schreef het boek Oudheidkundige brieven over prehistorische vondsten in Drenthe, publiceerde in 1781 de fraai geïllustreerde Verhandeling over de Drentsche slangen en adders en had een belangrijk aandeel in de Tegenwoordige Staat van het Landschap Drenthe, een historisch overzichtswerk over de provincie. Johannes van Lier was niet alleen een belangrijk, maar ook een geleerd man. En toch liep het niet goed met hem af.

Dat had alles te maken met de ouderwetse en gebrekkige manier waarop de financiën van de Landschap waren georganiseerd. Dit leidde er toe dat, toen er in 1785 een buiten zijn schuld ontstaan tekort van de staatskas werd geconstateerd,Van Lier geen uitweg meer zag en Drenthe ontvluchtte.

Om nooit meer terug te keren… Johannes van Lier week uit naar het Duitse Kleef en is daar tijdens zijn leven niet ontdekt. Zijn vrouw en drie van hun dochters vertrokken al spoedig zogenaamd naar Breda, maar reisden vervolgens na elkaar door naar Kleef, waar ze zich bij hun man en vader voegden.

Van Lier…Leis

De familie was failliet.Veel van de roerende en ook onroerende goederen van de Van Liers werd verkocht. Roelina had alleen haar kleding mogen behouden en sieraden voor zover ze kon aantonen dat ze deze zelf had gekregen. Onroerende bezittingen, zoals aan de Vaart in Assen, werden bij openbare verkoop verkocht, maar met Overcingel is dat niet gebeurd. Het landgoed werd van de curator gekocht door zoon Joannes Henricus Petrus van Lier.Vermoedelijk is hij financieel gesteund door vrienden van de familie. Vele Van Liers volgden elkaar op als bewoners van Overcingel, totdat Hendrik van Lier, getrouwd met Jentien Carsten, advocaat en notaris in Assen, lid van Provinciale Staten en lid van de Eerste Kamer in 1904 kinderloos overleed.

Daarmee was een einde gekomen aan het geslacht Van Lier in Drenthe. Het echtpaar had bepaald dat Overcingel zou vererven op een nichtje van Jentien Carsten, dat gehuwd was met Jan Leis uit Rotterdam. Al in 1902 mocht bij Koninklijk Besluit hun toen zesjarige zoon Hendrik Leis de familienaam Van Lier toevoegen aan zijn eigen naam en heette dus Hendrik van Lier Lels. Een gelijknamige nazaat bewoont het landgoed nog steeds.

Groter en kleiner

Het oorspronkelijke huis had alleen aan de voorkant een bovenverdieping. Aan de achterkant liep het dak tot aan de bovenzijde van de benedenkozijnen. In de tijd dat het huis werd bewoond door Hendrik van Lier en Jentien Carsten is ook de achterzijde verhoogd en kwam er een dubbel zadeldak op. Een naast het huis gelegen ‘Friese schuur’ stond er in elk geval al in 1809, want het is zichtbaar op een kaart uit dat jaar. In 1868 is, getuige een ingemetselde steen in een van de muren, een helemaal nieuwe schuur gebouwd, waarin o.a. het koetshuis en keukens waren ondergebracht. De omvang van het landgoed is in de loop der jaren belangrijk kleiner geworden. Het strekte zich aanvankelijk uit tot aan de Rolderstraat, maar begin 1900 werd het stuk grond verkocht waar nu de Prins Hendrikstraat, Julianastraat en een deel van de Oranjestraat zijn gelegen.

De aanleg van het spoor en later het NTM-tramstation eisten een deel op, evenals het stationskoffiehuis en de aanleg van het Stationsplein en de Overcingellaan. Tenslotte pleegden de bouwactiviteiten van het Wilhelmina Ziekenhuis (nu Zuidhaege) en de kantoorkolos van het GAK (nu UWV) een aanslag op de omvang van het grondgebied. De familie Van Lier Leis maakt zich sterk voor het in oude luister houden van het huis en de weliswaar verkleinde, maar nog steeds prachtige tuin. We kunnen ons nu al weer op het voorjaar verheugen, wanneer in maart de krokussen bloeien en de tuin is opengesteld voor iedereen die een bezoekje wil brengen aan dit bijzondere stukje Assen met zijn rijke historie.
Bronvermelding:

‘Het Drentse Landschap’. Maart. 2010, nummer 65. Een artikel van Jan Bos, hoofd Publiek van het Drents Archief.
Wonen op Overcingel; eeuwenlange strijd tegen de vooruitgang

De familie Van Lier Lels woont al eeuwen op het Landgoed Overcingel. De huidige bewoner is er 82 jaar geleden geboren. Niet in het landhuis maar in een kleiner pand dat stond op de plek waar nu het ICO (Podium Zuidhaege) gebouw staat. Hoewel het landgoed tegenwoordig stukken kleiner is, blijft het een prachtige oase in het hart van een stad die snel aan het veranderen is.

De heer en mevrouw Van Lier Lels
De gemeente als onbetrouwbare gesprekspartner

Als ik het landgoed betreed tijdens een winterse dag in februari staat de heer Van Lier Lels in de voortuin foto’s te maken. Niet van zijn eigen bezit maar van de grote bouwkranen die het terrein tegenover het landgoed oprijden waar het nieuwe museum moet komen te staan. ‘De Van Maarsseveenplas’, noemt hij het later als we in de oude opkamer van het landhuis samen met zijn echtgenote zitten te praten. Vanaf deze plek hebben we een goed uitzicht op de bouwput. In de afgelopen maanden heeft hij regelmatig foto’s van die plek gemaakt om vast te leggen wat er de komende tijd verandert. Hun uitzicht zal niet meer hetzelfde zijn. Ze weten nog niet of het er beter van wordt. ‘Als het uitzicht ons niet bevalt, breiden we zo nodig de Rododendron wat uit’, zegt mevrouw Van Lier Lels.

‘Meer zorgen maken we ons over het voetpad. Ze vertelt dat ze hier tijdens een eerste presentatie van de plannen voor het Erfgoedkwartier zo’n driejaar geleden achter kwamen. Ons landgoed moest beter geïntegreerd en toegankelijker worden voor het publiek. Met een pad langs de noordzijde van het terrein zou dit te bereiken zijn. Zo zou er een rechtstreekse wandelverbinding tussen station en museum komen. Dan sta je wel even raar te kijken, want niemand had ons iets gevraagd. Sindsdien laten we de gemeente telkens weer weten dat dit onbespreekbaar is maar dat is blijkbaar geen reden om het pad van de tekening te halen…’.
Waardevolle plek

Toch kan de familie het enigszins gelaten over zich heen laten komen. De geschiedenis heeft hen inmiddels geleerd dat als je vasthoudend bent, je een heel eind kunt komen. En als het echt niet meer gaat dan word je onteigend. Dat kun je dan ook niet meer tegenhouden. Ze hebben het allemaal al eens meegemaakt. ‘Het begon toen Assen mee moest in de vaart der volkeren’, weet de heer Van Lier Lels zich nog goed te herinneren ‘Staduitbreiding, nieuwe wegen en grote gebouwen. Ontwikkelingen die ervoor hebben gezorgd dat van ons oorspronkelijke landgoed nog maar 5 hectare over is. We hebben ons altijd sterk tegen dit soort ingrepen in ons eigendom verzet, maar eigenlijk is er geen beginnen aan. De vooruitgang gaat altijd voor.’

Toch is wat er rest van het oude landgoed van zeer grote waarde. De familie Van Lier Lels kan trots zijn op wat ze ondanks alle veranderingen nog hebben weten te behouden. Een prachtig, monumentaal landhuis dat wordt omgeven door een uitgestrekte tuin met lommerrijke lanen met waterpartijen en bloemperken. Een heerlijk paradijs voor plant en dier, zo blijkt uit de vele inventarisaties die hier worden uitgevoerd. Er komen ruim 65 soorten mossen en 36 broedvogels voor, vele tientallen plantensoorten, maar ook Eekhoorns, Egels, salamanders, kikkers, libellen enzovoort. Het is een landgoed dat een rijk en uitbundige natuur herbergt. Het meest in het oogspringend zijn natuurlijk de duizenden krokussen die het voorjaar altijd vrolijk aankondigen.

‘Juist in deze donkere dagen verheug ik me daar enorm op’, vertelt mevrouw Van Lier Lels. ‘Als de krokussen weer bloeien geniet ik elke dag. Dat vind ik zo’n prachtige rijkdom. En elk jaar maken we ook weer foto’s want we denken dat ze nog mooier bloeien dan vorig jaar. Maar als we ze vergelijken dan zijn het toch vaak dezelfde plaatjes…’
Assen probeert zijn achterstand in verhoogd tempo in te halen

Het beheer van het landgoed en het landhuis is intensief. Ze hebben één tuinman in dienst. Samen met de heer Van Lier Lels doet hij het onderhoud. Dat gaat nog steeds maar zijn leeftijd begint nu toch soms ook wel een rol te spelen. Toch peinzen ze er niet over om te stoppen. ‘We redden ons nog prima en realiseren ons dat we een geweldige oude dag hebben’, vertelt de heer Van Lier Lels. ‘Er zijn maar weinig mensen van onze leeftijd die op zo’n unieke plek wonen. Bovendien zou het voor ons heel vreemd zijn om in een of andere flat te wonen. Mijn hele leven is verbonden met dit landgoed: ik ben hier geboren, we zijn hier in 1978 samen komen wonen en zolang het gaat blijven we hier.’ De familiegeschiedenis is in het hele landhuis nog goed voelbaar.

Er hangen oude foto’s, er staat antiek meubilair en zelfs nog een oude lakenpers. Voordat ik het mooie statige landhuis verlaat, laat de heer Van Lier Lels me nog even de statige ontvangstkamer zien. De wanden zijn bekleed met grote muurschilderingen van Rotterdam, de woonplaats van Johannes van Lier. ‘Blijkbaar miste hij de haven met haar schepen’, stelt Van Lier Lels nuchter vast.’We kunnen het ons nu nauwelijks meer voorstellen maar Assen was toentertijd natuurlijk ver weg van het wereldtoneel. Deze achterstand probeert ze nu in hoog tempo weer in te halen’, grapt hij.

Buiten gekomen sta ik ineens weer in een andere wereld. Niet alleen omdat het winters koud is en de avondschemering reeds is begonnen. Maar vooral omdat de bouw van het nieuwe museum nog in volle gang is en het lawaai de verstilde rust die in het landhuis heerste, langzaam wegvaagt…
Bronvermelding:

‘Het Drentse Landschap’. Maart. 2010, nummer 65. Een artikel van Sonja van der Meer, hoofd communicatie van Het Drentse Landschap.

De heer Van Lier Lels op het landgoed Overcingel
Nieuw college hoeft niet te rekenen op medewerking familie Van Lier Lels voor de aanleg van een voetpad
Info op Asserjournaal d.d. 22 maart 2010. Een artikel van Tieme Meints
Er waren bij de eigenaren van het landgoed Over-cingel, de heer en mevrouw van Lier Lels, aanvankelijk zorgen dat de ingrijpende reconstructie van de Overcingellaan ten koste zou gaan van hun landgoed, maar alle tekenen wijzen er op dat dit niet het geval zal zijn. Op alle ontwerptekeningen loopt de grens van de weg precies langs Overcingel, dat er in deze weken prachtig bij staat met de tuin vol krokussen, sneeuwklokjes en narcissen. Veel Assenaren hebben al een kijkje genomen en foto’s gemaakt in de open tuin met z’n oude bomen en beelden.

Er zijn bij de familie Van Lier Lels echter nog wel zorgen over de plannen van de gemeente om een voetpad aan te leggen vanaf het Stationsplein naar het nieuwe museum. Dat pad zal beginnen op het Stationsplein en achter het gebouw van Baanzicht (CWI, UWV en ISD), en de prachtige oprijlaan, die vanaf de Stationsstraat zichtbaar is, kruisen en via de parkeerplaats van het Landbouwhuis uitkomen op de Zuidersingel ter hoogte van het in aanbouw zijnde museum. Het hele pad zal een groot deel van de grens van de tuin van Overcingel volgen. De gemeente is al lang bezig om het grote parkeerterrein achter het Landbouwhuis in handen te krijgen. Er zijn bij de gemeente tekeningen waar dit pad op staat. De heer en mevrouw Van Lier Lels zullen zich tot het uiterste verzetten tegen de aanleg van dit pad.

Ze zouden het doodzonde vinden als een natuur beschermd gebied zou worden aangetast en ze zullen de grond, die nodig is om het pad aan te leggen, nooit verkopen. De gemeente is niet eenstemmig als het gaat om de realisering van het pad. De ene keer zegt een wethouder dat het nooit zal gebeuren en een poos later schrijft een andere dat het een prachtig pad zal worden. “Waarom wordt de Stationsstraat niet gewoon gebruikt?”, vraagt Hendrik Johan van Lier Lels (82) zich af. “Het pad zal zwerfvuil aantrekken, ook op het landgoed is de verwachting. Ook zal het overlast uitlokken en dan denk ik aan geluid en drugshandel (gebruik).

Nu binnenkort een nieuw college zijn opwachting maakt wil de familie Van Lier Lels duidelijk maken dat de nieuwe wethouders niet hoeven te rekenen op enige medewerking van hun kant voor de aanleg van het pad. Het statige woonhuis Overcingel ligt in een wandelpark van vijf hectare en een tuin in de Engelse landschapsstijl, voorzien van reliëf, vijvers en een prieel . Het park werd rond 1820 aangelegd met een langwerpige waterpartij, het zogeheten Grand Canal. Aan het begin van de 19e eeuw strekte het landgoed zich uit van de Rolderstraat tot aan het Oosterhoutje. Door de aanleg van de spoorbaan, de bouw van het voormalige ziekenhuis (nu Zuidhaege) en uitbreidingen rondom de Stationsstraat is in de loop der jaren van de landerijen en het bos, die ook tot het landgoed behoorden, veel afgegaan. Gelukkig zijn veel mooie, inheemse en uitheemse bomen bewaard gebleven.

Een van de voorvaderen van de huidige bewoner van Overcingel, de heer Johannes van Lier, stichtte in 1777 het landgoed. De familie is vast van plan om datgene wat er nog van Overcingel over is – en dat is beslist nog steeds de moeite waard! – in stand te houden en tot het uiterste te verdedigen.