Vreemde gasten door Bernt Otter

DSC09202Het begint oer-Hollands met een fikse regenbui, het eindigt on-Drents met een enthousiast meezingen op De wereld is van iedereen. De conclusie mag zijn dat Vreemde gasten aanstekelijk werkt. Beloofd was een voorstelling met muziek en verhalen van hier en van ver en dat wordt het ook. Een Syrische vluchteling die in het Arabisch zijn vluchtverhaal heeft gedicht: ‘Ik zei, ik zal weglopen naar een plek minder barbaars en met meer medeleven. Misschien kan ik het pad vinden dat tot liefde leidt, enige liefde’.De organisatoren van Kunst & Cultuur Drenthe hebben de vertaalde teksten aan alle bezoekers uitgedeeld. Om het overbrengen van de boodschap niet alleen over te laten aan de universele taal van muziek en dans. Een rap in het Arabisch krijgt een refrein in het Engels om duidelijk te maken dat de Syrische rapper graag contact zoekt met de mensen om hem heen. Een vluchteling uit Eritrea is al zover dat hij een lied zingt over zijn dochtertje dat hij nooit heeft gezien; in het Nederlands.
De handen gaan op elkaar als twee asielzoekers uit Oranje een nummertje beatboxen. Want daarin zijn misverstanden uitgesloten.

Molukkers
Het verhaal van de Molukkers komt ruimschoots aan bod. Mietji Hully vertelt dat ze even verderop in de barakken van voormalig Kamp Westerbork is geboren. Om daar te merken dat haar ouders volstrekt afhankelijk waren van de mensen die zorgden dat alles in het kamp bleef werken. Het is een van de redenen dat de voorstelling wordt gehouden op de zandverstuiving tussen het Herinneringscentrum en het Kamp Westerbork. De plek ook waar de jaarlijkse herdenking begint van wat de Joden is aangedaan.

Haar verhaal is bijna een aanklacht tegen het gebrek aan gastvrijheid dat de Molukkers ten deel viel. „Als je contact wilde met Nederlanders moest je het over het weer hebben.” Toch is er bijval als ze besluit dat ‘we allemaal zijn geboren uit de buik van Moeder Aarde en daarom altijd voor elkaar moeten zorgen’.
Altijd plaats
Dat is ook de boodschap van de rode draad die door de multiculturele optredens is gevlochten. De Griekse mythe van Philemon en Baucis wordt in Hooghalen die van Phil en Baukje. In het kleine huisje van het echtpaar is altijd plek voor vreemdelingen, zolang er bed, bad en brood is.

Zelfs als de lievelingsgans geofferd moet worden om de vreemde gasten te voeden, gebeurt dat. Van ‘Baukje’ mag iedereen blijven. Ook al moet je staand slapen in de meterkast.

Doperwten
De vooroordelen en de bedenkingen tegen de massale komst van asielzoekers komen subtiel voorbij: ‘Er passen gewoon niet meer dan driehonderd doperwten in een potje’.

Rondom het podium in het zand zitten belangstellenden aandachtig te luisteren. Soms in het zand, anderen op meegebrachte tuinstoelen al dan niet gehuld in een plastic poncho tegen een volgende bui.

Ze zien hoe een project dat bedoeld is om verschillende culturen door middel van muziek en kunst met elkaar te verbinden succes heeft. Op het podium laten de 47 deelnemers aan het optreden elkaar alle ruimte, ook al is die beperkt.

Het lijkt erop dat het publiek allang is overtuigd van de noodzaak om die ruimte ook in het dagelijks leven te gunnen aan ‘de ander’. Of zoals Jan Johan Knol van het Fonds voor Culturele Participatie het als introductie zegt: ‘om dwars door de vooroordelen heen de andere mens te zien.’

Verstrengeld
In de Griekse mythe eindigen Philemon en Baucis als in elkaar verstrengelde bomen die altijd bij elkaar blijven. De bezoekers blijken zo’n stel bomen al op weg naar de voorstelling te hebben kunnen zien. Op de terugweg gebeurt dat ook.

door Bernt Otter   foto ineke heijting